Reis 02 · Făgăraș-gebergte
Waar onze pelgrimstocht werkelijk begon.
Dit was de eerste keer dat we terugkeerden naar Roemenië nadat Eden was overleden. Terug naar de familie in Roemenië, terug naar plekken die verbonden waren met een leven dat compleet had gevoeld. Terug, maar zonder Eden. Voordat Eden overleed, had hij gezegd dat hij de bergen in wilde. Dus gingen we voor hem. Zonder het toen te beseffen, begon hier onze pelgrimstocht.
De bergen in
Alexandra's zus Oana en Bogdan namen ons mee het Făgăraș-gebergte in. Zelfs in juni lag er nog sneeuw. Mist trok over de bergtoppen en liet het landschap om ons heen verdwijnen en weer verschijnen. Alles voelde immens en vreemd stil.
Om de andere kant te bereiken, moesten we door een donkere tunnel. Binnen was bijna niets te zien, alleen duisternis. En toen, in de verte, licht.
Op dat moment konden we niet anders dan ons eigen leven erin herkennen. We konden niet om de duisternis heen. We konden er alleen in stappen en blijven bewegen.
Tussen leegte en verbondenheid
Hoog in de bergen voelde verdriet anders. We waren uitgeput. Leeg. Op.
En toch voelden we ons intens verbonden met de bergen, de natuur en de familie die naast ons liep. Niets was hersteld. Eden was er nog altijd niet.
Maar even leken de bergen groot genoeg om alles te dragen wat wij met ons meedroegen. Verdriet en schoonheid bestonden op dezelfde plek.
Het huis in de mist
Hoog in de bergen stond een eenzaam huis, omringd door rotsen, sneeuw en mist. Iets eraan bleef ons bij.
Klein. Kwetsbaar. Bijna opgeslokt door het landschap, maar nog altijd overeind.
Het voelde als een weerspiegeling van onze binnenwereld in die tijd. Er was eenzaamheid. Er was onzekerheid. Maar er was ook iets dat bleef.
Het pad volgen
Vanaf de berg zagen we hoe de weg zich heen en weer door het dal slingerde. Er was geen rechte route.
Dat werd nog een beeld dat we mee naar huis namen. Het verdriet had ons al geleerd dat er geen kortere weg doorheen bestaat. Geen weg die je eenvoudig terugbrengt naar wie je was.
Je gaat vooruit. Soms omhoog. Soms terug. Maar je blijft gaan.
Terug naar Brașov
De reis ging verder in Brașov. In oktober 2025 hadden we er korte tijd gewoond. Het was de laatste plek die we thuis noemden voordat we terugkeerden naar het Prinses Máxima Centrum. Eind november ging Eden weer naar de kinderopvang.
Nu liepen we door dezelfde straten zonder hem, met alleen zijn herinnering bij ons.
We keerden terug naar plekken waar nog sporen waren van ons gewone gezinsleven: de routes die we samen liepen, gebouwen die we herkenden, momenten die ooit zo vanzelfsprekend leken. Het deed juist pijn omdat alles er nog was, behalve Eden. Behalve het leven dat we kenden.
Waarom we terugkeerden
Misschien was het makkelijker geweest om weg te blijven van die plekken. Maar vermijden laat het verdriet niet verdwijnen.
Rouw komt niet met een gebruiksaanwijzing. We leren dat je jezelf soms alleen door pijn heen kunt bewegen door die pijn toe te laten. Door terug te keren. Te herinneren. Te voelen wat er is. En daarna verder te lopen.
We hadden niet gepland dat het Făgăraș-gebergte het begin van een grotere reis zou worden. Maar als we nu terugkijken, is dit waar Steps with Eden werkelijk begon.
Niet met een antwoord. Niet met genezing. Maar met een stap. En daarna nog één.Terug naar alle reizen →